Oude blog

Baby

We hebben een baby. Nou ja, ondertussen is de baby alweer een puber. Het is een klein, grijs gestreept gillend monster. Maar we vinden haar zo lief! Ja hoor, het is ECHT net een baby. Al brullen ze de hele dag, we blijven dol op ze.

Begin september ben ik haar gaan ophalen in het asiel. Een vier maanden oude kitten, gevonden op straat. Wie zet nu zo’n schattig wezentje op straat? Ik snap er helemaal niets van. In het asiel wordt de kitten in mijn armen gezet. En ik weet dat ik dit bolletje wol mee naar huis wil nemen! De auto vindt ze helemaal niet leuk, ze jammert aan één stuk door. Maar één keer thuis trippelt ze nieuwsgierig rond. En ze wil ook best opgetild.

Maar ja, het is wel echt een baby. Daar moeten we een beetje aan wennen. Want babies huilen. We moeten net als bij een mensen baby, ook bij een kattenbaby leren wat elk huiltje betekent. Is het een ik-wil-op-schoot-mauw, een ik-wil-eten-mauw, een ik-verveel-me-mauw, een ik-ben-bang-mauw, of de allerbelangrijkste: ik-moet-poepen-mauw? Want we zijn er al snel achter dat de baby nog niet op de bak kan. Ze is nog te klein om er zelf in te stappen. De eerste drol ligt dus onder de kast en stinkt echt verschrikkelijk, voor zo’n kleine baby. Dat willen we niet meer, dus moeten we goed opletten of ze de ik-moet-poepen-mauw laat horen. Regelmatig racen we door de kamer om de babykat nog net op tijd in de bak te zetten. En regelmatig komen we er achter dat het niet de ik-moet-poepen-mauw was als de baby verontwaardigd uit de bak stapt. Gelukkig kan ze na een week zelf in de bak stappen!

Gelukkig vertoont ze echt kattengedrag. Ze klimt overal in en op. Vooral in het begin gaat dat nog wel eens mis. In de boekenkast klimmen maar er dan achter komen dat dit wel heel hoog is! Ze speelt met alles wat maar een beetje beweegt of waar veters/touwtjes aan zitten. Ik word door haar ook al snel bijna gevloerd omdat ze precies op het verkeerde moment tussen mijn benen doorloopt. Omdat ik niet op haar wil stappen, ga ik bijna lang uit. Daar zijn alle katten toch goed in! En ze zit graag luid spinnend bij iedereen op schoot. Daar worden we nu echt blij van! Ze wil graag vrienden worden met onze andere kat maar die moet daar helemaal niets van weten. Elke dag probeert de baby het opnieuw, elke dag krijgt ze weer een oplawaai.

Nu is ze dus al aan het puberen. Ze heeft een soort gilletje waar ze nu haar zin mee probeert te krijgen. ‘Nee, ik wil niet opgetild, daar ben ik veel te groot voor.!’ Gilt ze dan. Gelukkig is ze na vijf minuten alweer vergeten dat ze groot en sterk wil zijn. Dan komt ze op schoot zitten en sabbelt aan de mouw van mijn trui. Toch nog even lekker baby!

Mijn kleine vriendje

Sinds kort heb ik een vriendje. Ik ben echt heel gek met hem. Hij is er altijd voor mij. Hij is klein en brengt me overal naar toe. En nu denk je: ‘huh?’

Dat vriendje is dus mijn greenwheels peugeot 107. Sinds juli heb ik een abonnement en ik vind het helemaal te gek. Ik probeer iedereen die geen auto heeft of er over denkt om de auto weg te doen, te overtuigen van het concept. Overal in Nederland staan van deze autootjes. Je mag ze allemaal gebruiken als je lid bent van de club. Voorwaarde is wel dat je reserveert en hem weer netjes en op tijd terugbrengt. Maar dat spreekt vanzelf, anders kan ik niet op tijd mijn autootje pakken.
Mijn vriendje maakt me ook nieuwsgierig. Want elke keer dat ik mijn auto instap, merk ik dat er iemand anders in heeft gereden. Wie zouden dat toch zijn, mijn medegebruikers? Mijn fantasie slaat op hol.

Ik stap in en de stoel staat in de verste stand naar voren. Ik kan er nauwelijks tussen. Dit moet een heel klein mevrouwtje zijn, bijna een kabouter. Ik zie haar voor me, lang zwart haar. Ze stapt in en schuift de stoel helemaal in de voorste stand. Ze kan net met haar benen bij de pedalen. Ze heeft fraaie hooggehakte schoentjes aan. Ze stelt de spiegel en start de auto. En net zo tevreden als ik, tuft ze over de weg. Ze houdt niet van muziek of weet niet hoe ze de radio op een andere zender moet zetten. Want elke keer als ik na haar ben, is de radio uit.

En dan mijn volgende rit. Ik stap in en val bijna achterover. Aha, een man die ervan houdt om erbij te gaan liggen. Ik sjor de stoel omhoog, dit is niks voor mij. Dit is ook wel een beetje een aso typje. Want elke keer als ik na hem de auto pak, ligt er wel iets in de auto. Een lege fles cola. Of een briefje. Of een parkeerkaartje. Terwijl van mijn andere medegebruikers ik nooit stille getuigen vind. Deze man is misschien wel metselaar of stucadoor of schilder. Want de radio staat op radio continue. En ik ken echt niemand anders dan schilders, stratenmakers en andere mensen in de bouw die hun radio op deze zender zetten. Waar zou hij heen rijden? Naar de praxis? Nee, dat is natuurlijk helemaal niet handig. Want het autootje is leuk, maar meer dan één boodschappentas kan er niet in de achterbak. Nou ja, je kunt nog wat kratten kwijt op de achterbank maar dan houdt het op. Dus nee, hij rijdt ergens anders heen. Veel te hard natuurlijk.

Zo mijmer ik wat af als ik in mijn kleine rode bolide stap. Waarschijnlijk denken mensen dit ook over mij. En ja, ik race heel wat af. Naar het zwembad met een kind, naar mijn klei clubje, naar AH voor de weekboodschappen. En elke keer word ik er helemaal blij van! Dus mensen, word allemaal lid van de club!

<!– –>

Klusmuts

De kinderen zijn drie weken met de ex op vakantie, dat geeft mij de gelegenheid om weer eens lekker te gaan klussen. Er ligt nog van alles, dus de klusmuts in opleiding kan weer aan de slag!

Zo zijn er de gordijnen die opgehangen moeten worden. Kind 2 wil persé gordijnrails. Dit kan natuurlijk alleen aan het plafond bevestigd worden, dat is wel een uitdaging. Ik had al een poging gedaan. Aangezien ik zelf geen boor heb, had ik een vriendin gevraagd die al jaren alleenstaande moeder is en dus wel van alle gemakken voorzien.

‘Mijn boor boort overal in, dat is echt geen probleem!’ meldde ze optimistisch. Aangezien ze zo zeker van haar zaak was, had ik de oude gordijnen vast verwijderd. Op een avond komt ze aangescheurd, grote koffer met boor in de ene hand en nog een koffer met bijbehorende artikelen als schroeven en pluggen in de andere hand. En daar gaat ze op de ladder. Boor tegen het plafond, veel lawaai maar weinig resultaat.

‘O, ik zie het al. Hij moet op de klopboor stand.’ Boor tegen het plafond, veel lawaai maar weinig resultaat. ‘Wat zullen we nu beleven?’ mompelt ze. Kleinere boor, grotere boor. Het resultaat blijft hetzelfde: noppes. We hangen van ellende de grote spiegel in de hal en het naambordje bij de deur maar op. Kind 2 moet het voorlopig even doen met een dekbedovertrek met punaises voor haar raam.

Dus ga ik naar een verhuurbedrijf voor een zwaardere boor. Ik leg uit wat ik wil doen. ‘Aha, je hebt dus een boor 6 of 8 nodig, die doe ik er dan wel even bij in. Normaal doen we dat niet, maar voor sommige klanten maak ik een uitzondering.’ zegt de verhuurder opgewekt. Soms is het een voordeel om een vrouw te zijn en er een beetje onhandig uit te zien. Gewapend met een stevige boor ga ik het plafond te lijf. En het is net of het gips is: binnen een kwartier heb ik vier keurige gaten in het plafond. En al als ik dan toch bezig ben, doe ik er ook meteen één boven de tafel. Daar kan dan leuk een lamp komen te hangen.

Nu moet de rail tegen het plafond. Aangezien ik wat grotere gaten heb gemaakt dan volgens de beschrijving bij de rail nodig was, heb ik andere pluggen en schroeven nodig. De pluggen zitten nog wel in mijn gereedschapskistje, maar schroeven wordt lastig. Dus op naar de Praxis, gewapend met plug die ik ga gebruiken en het ophangmechanisme dat ik ga gebruiken. Ik heb al eens eerder bij de Praxis gestaan en kan een verkoper dan moeilijk aan het verstand brengen wat ik nodig heb als ik niet alle te gebruiken onderdelen bij me heb.

Keuze genoeg, eigenlijk een beetje te veel. Door de honderdduizend schroeven die ze daar hebben, zie ik echt niet meer wat ik nodig heb. Dus mannetje van de Praxis erbij. ‘Deze gaan het echt doen, goede lengte en dikte, dat klemt alles keurig op zijn plaats.’ Weet de verkoper heel zeker. Prima, ga ik doen. Thuisgekomen is het weer een heel geworstel. Op een ladder, met een uitschuifbare rail die alle kanten opgaat behalve de goede in de ene hand en een schroevendraaier en een schroef in de andere. Schroef in het gat, draaien, plof. De schroef verdwijnt op de grond. Nog een keer proberen. Zelfde resultaat, de schroeven zijn gewoon te kort. Enigszins sacherijnig sta ik naar het plafond te staren. Die Praxis mannetjes weten ook helemaal niks, mopper ik in mezelf. De Praxis is ondertussen dicht, dus een andere soort schroeven ophalen is er niet bij. Ik neem een time out.

Ik kan het niet uitstaan, die gordijnen moeten hangen. Dus ploeg ik mijn eigen schroevenvoorraad nog een keer door. Uiteindelijk vind ik vier dezelfde schroeven die het volgens mij wel gaan doen. Ladder op, draaien, draaien, draaien. Voorzichtig loslaten….. Het hangt! Gordijn op de haakjes. Even leuk drie keer de gordijnen open en dicht. Het werkt!

Helemaal blij zit ik even later op de bank. Project geslaagd, daar heb ik geen man voor nodig. En zeker geen mannetje van de Praxis! 
 

<!– –>

Concert

 Elk jaar organiseert de school een concert waarbij kinderen mogen laten zien wat ze allemaal kunnen op muziekgebied. Gelegenheid om lekker een liedje te zingen van kinderen voor kinderen, een nummer op je blokfluit te toeteren of samen met vriendjes en vriendinnetjes je band te laten zien. Dat is natuurlijk hartstikke leuk, mijn kinderen doen daar natuurlijk ook dapper aan mee. Brecht met de zenuwen in haar lijf. Elk jaar klaagt ze dat ze dan bijna niet op haar cello kan spelen omdat haar vingers zo zweterig zijn dat ze van de snaren glibberen. Wij merken daar helemaal niks van, elk jaar klinkt het weer beter.

Maar elk jaar vraag ik mij af, of je soms je kind niet in bescherming moet nemen. Er doen kinderen aan mee, waarvoor ik me toch een beetje schaam. En dan bedoel ik niet het jongetje dat dapper op zijn viool staat te knarsen. En ook niet de drummer die geen maat kan houden. Daar kan ik allemaal nog prima de lol van inzien. Soms doen er kinderen mee die net het verkeerde liedje willen zingen in net een verkeerde outfit. Zonder begeleiding liefst. Dat is natuurlijk ontzettend moeilijk, als je dan ook nog een liedje van een veel te beroemde zanger/zangeres neemt, maak je het jezelf wel heeel moeilijk!

Gelukkig laat de directeur zich er niet door uit het veld slaan en voorziet hij iedereen van positief commentaar. En houdt hij diepte interviews met kinderen over de keuze van hun nummers en de uitvoering van hun kunsten. Ik ben in elk geval blij dat mijn kind elk jaar beter gaat spelen. Of zou het hem daar in zitten, ziet een moeder/vader gewoon niet dat sommige dingen ECHT niet kunnen?

Why’s my life so boring?

Vorig jaar werd ik veertig. Echt, dat is een hele stap. Ik heb er weken tegenop gezien. Uiteindelijk bleek het wel mee te vallen. Ik was alleen bang, dat mijn leven saai zou worden…..

Why’s my life so boring?

Maar ineens stond mijn leven op zijn kop. Ik had dringend andere woonruimte nodig. Via een vriendin kreeg ik een huisje aan het Paterswoldse Meer. Op een prachtige, rustige plek kon ik een beetje tot mezelf komen. Want het is echt niet leuk als je van je vertrouwde huis wegfietst met twee hele zielige meisjes die je uitzwaaien. Gelukkig regende het zo hard dat niemand zag dat er niet alleen regen over mijn gezicht stroomde.
Het huisje was klein, maar dat was op dat moment precies wat ik nodig had. Het paste precies om me heen, in een groter huis had ik me vast verloren gevoeld. Wel werd ik ’s nachts wakker van een luidruchtige uil en reed ik op weg er naar toe bijna een haas plat. Dat ben je niet gewend als stadsmens!

Why’s my life so boring?

En toen had ik ineens mijn eigen, zelfgekochte huis. Het is natuurlijk ontzettend fijn om zelf weer een eigen plek te hebben. Alleen moet deze plek nog wel even opgeknapt worden. Het bouwbehang zat overal nog op de muur. Beneden zat fijn stuc werk op de muur, een keuken met alleen een gasplaat en lag ‘gereformeerd laminaat’, aldus één van mijn vrienden die langskwam om mijn huis te inspecteren. Dus in november moest er beneden gestuct worden, een nieuwe houten vloer en een nieuwe keuken. Ik had bedacht dat dat allemaal zo dicht mogelijk op elkaar moest gebeuren, dan zat ik in elk geval maar kort in de zooi. Als project manager zou je toch verwachten dat ik beter moest weten…. Met het stuc werk werd het vochtig en vooral heel stoffig in huis. Maar het werd prachtig. Natuurlijk moesten zo veel mogelijk van mijn spullen uit de kamer. Toen dat klaar was, werd mijn keuken bezorgd en de oude keuken weggehaald. Ik had dus geen stromend water en geen gas. Ik kan je verzekeren dat een week maaltijdsalades echt genoeg is. En afwassen in bad is ook geen pretje! En daarna kwam de vloer. Het klinkt nu allemaal heel simpel, maar ik heb drie weken gekampeerd in mijn huis. En ook dat is echt genoeg!

Why’s my life so boring?

En nu, nu ik weer een jaartje ouder ben, denk ik dat het dit jaar best een beetje saaier mag!

<!– –>

De rector

‘Mama, wat is een rector?’
Jildou zit een schoolgids te lezen. ‘O, dat is de directeur van een school’, antwoord ik, ‘Dus zorg maar dat je daar niet terecht komt, want dan heb je een probleem.’
‘Jaaaah….’, zegt het kind en bladert verder in de schoolgids.
Vroeger, toen ik nog jong en wild was, heb ik één keer bij de rector moeten komen. Dat ik gemiddeld één keer per week op visite ging bij de conrector was normaal. Maar de rector, was zelfs voor mij niet echt fijn.

Het was bijna pauze, de klas was al onrustig. Iedereen pakte zijn boeken in en was al druk bezig plannen te maken voor de pauze. Ik was druk in gesprek met een paar vriendinnen.
‘Hé, Luttik, je moet bij de rector komen!’, roept één van de jongens van de klas.
Tuurlijk, altijd dezelfde flauwe geintjes. ‘Dat zal wel weer.’, brom ik.
‘Nee, echt, je werd net omgeroepen.’, beweert hij.
Ik geloof er nog steeds niks van en loop langs het bord waar de briefjes op hangen wie zich waar moet melden. Maar het is echt waar, daar staat mijn naam. Melden bij de rector in de grote pauze. Ik voel me toch niet helemaal prettig. Ik ga snel na wat ik de afgelopen week allemaal heb gedaan. Ik ben zo’n beetje naar alle lessen geweest. En de lessen waar ik niet ben geweest, daar had ik een briefje voor. Zelfgeschreven, maar dat is toch normaal. Zou het daar dan over gaan? Hebben ze naar huis gebeld en ben ik er gloeiend bij? Ik kan het me haast niet voorstellen. Waar ben ik eruit gegooid? Heb ik liggen slapen in de les? Staan roken en/of drinken voor de ingang van de school? Allemaal niet, ik kan me echt niet indenken waar dit over gaat.

Ik ga in de gang staan bij de kamer van de rector. De deur gaat open, de rector steekt zijn neus naar buiten en daar achteraan komt zijn hoofd. Stoffig en fossiel is deze man in mijn ogen. Maar ja, ik ga er nu echt van langs krijgen, dus ik doe maar even rustig. Hij geeft aan dat ik binnen kan komen.
‘Ik heb een brief van je vader gehad.’, zegt de rector.
Wat zullen we nou beleven…
‘Over het feit dat je niet langer godsdienstlessen wilt volgen.’ Gaat hij verder.
Dat is waar ook, daar hadden we het over gehad. Nou was het niet helemaal waar, ik wilde die lessen wel volgen, maar mijn ouders vonden het mooi geweest.
‘Gezien het karakter van onze school, zijn wij er geen voorstander van.’ Begint hij zijn preek.
Mijn gedachten dwalen af. Hoe haalt mijn vader het in zijn hoofd. Nu zit ik hier bij dat fossiel terwijl ik buiten in de zon had kunnen liggen. Of naar de Hema had kunnen gaan of een kop koffie kunnen drinken in de kantine. De rector wauwelt rustig verder over nut en noodzaak van godsdienst in onze huidige maatschappij. Vaders zijn zo erg, ze zetten je altijd voor paal. Stappen ze niet de disco in om je op te halen, dan sturen ze wel een brief aan de rector. Ik baal behoorlijk. De toon van de rector verandert, tijd om op te letten.
‘Dus, je hoeft de lessen godsdienst niet meer te volgen maar dan moet je wel naar de lessen filosofie. Volgende week meld je je bij de docent.’ Aldus besluit de rector. Amen.

‘En, en, en, hoeveel corvee heb je? Wat was er aan de hand? Waarom moest je bij de rector komen?’ iedereen verdringt zich om me heen. Ik haal mijn schouders op. Ik heb een soort heldenstatus verkregen omdat ik me bij de rector moest melden. Dat heeft zelfs de brutaalste jongen uit de klas nog niet gepresteerd.
‘Viel allemaal reuze mee.’ Mompel ik en ga de klas in. Gelukkig gaat de tweede bel zodat iedereen zijn mond houdt. Ik laat maar even in het midden waar het gesprek over ging!

<!– –>

De tas

Op Noorderzon heb ik een tas gekocht. Een hele verantwoorde tas, want gemaakt van gerecycled materiaal. En het beste is, dat hij er uit ziet als een pizzadoos. Maar dat dus niet is. Ik had het niet verwacht maar deze tas wekt nogal wat reacties op.

Het begon al toen ik over Noorderzon liep. Een mij onbekende man riep of ik ook een stuk voor hem had. Het drong maar langzaam tot me door wat hij zei, dus hij herhaalde de vraag. Ik lachte schaapachtig en schudde mijn hoofd. ’s Avonds werd ik wederom aangesproken door een mij vreemde meneer. ‘Handig, dat je altijd je eten bij je hebt.’ Hij moest zelf vooral heel hard om zijn eigen grap lachen.

En ik moet zeggen, bovenstaande grappen heb ik nu al vaker gehoord. En eigenlijk ook wel vaak genoeg gehoord. Maar er komen ook weer nieuwe bij. Iemand die denkt dat mijn tas een reclamefolder van de pizzeria is. Gisteren had ik ook nog een erge. Ik was bij de dokter en ze had me zeer gedaan, dus ik was niet helemaal in mijn humeur. ‘Leuke tas. Dan ben je vast op de brommer.’ Waarop ze heel hard moest lachen. Ik mompel iets over fietsen en gezonde leefstijl.

Dus, bezint eer ge begint: reken op algemene aandacht als je een opvallende tas neemt!

<!– –>

Leukste kinderen van de wereld

Eigenlijk heb ik een beetje een hekel aan mensen met kinderen. Niet zo zeer aan die mensen en al helemaal niet aan hun kinderen. Maar vooral dat mensen met kinderen over niks anders meer kunnen praten. Hun kind is het meest fantastische, knapste, slimste, mooiste kind van de wereld.

Nou wil het toeval dat ik ook twee van die kinderen heb. En ik heb me voorgenomen om daar hier in elk geval niet al te veel woorden aan vuil te maken. Maar misschien komt het omdat ik ze wat minder zie dan voorheen. Ik heb ineens zo’n zin om ook eens flink over mijn kinderen te vertellen. Ik beloof dat het eenmalig is. En van beiden maar één ding, omdat het zo leuk is.

Brecht is een jaar of twee. Ik meld dat ik ga boodschappen doen en dat vinden de meeste kinderen van twee wel leuk. Even later lopen we gezellig hand in hand door het winkelcentrum. Ik moet nog geld halen, ik sluit aan in de rij bij de automaat. Voor ons staat een Surinaamse vrouw met een ongelofelijk dikke kont. Ik kan er geen ander woord voor bedenken, een derrière van hier tot Tokyo.

Brecht is op een leeftijd dat ze zich nog niet houdt aan sociale conventies, sociaal wenselijke antwoorden, praat de hele dag aan één stuk door en praat op een volume dat oma van 80 het zonder gehoorapparaat kan verstaan. Ik maak me dan ook een beetje zorgen. Hier gaat zo meteen een opmerking over komen, ik zie haar al kijken. Ja, hoor, het mondje gaat open.
‘Mama,……’ Ik bedenk me geen moment en sla mijn hand voor haar mond. Het is niet opvoedkundig verantwoord, maar ik kan niet anders. De dame voor ons is klaar met pinnen en loopt weg. Ik laat voorzichtig los.
‘Waarom doe je dat, mama? Dat vind ik niet leuk!’ Nee, dat snapt mama, maar mama had even geen zin in peuter gekwebbel… Ze is de dame met het enorme achterwerk door haar boosheid gelukkig vergeten.

Jildou is meestal niet zo ambitieus. Dat heeft ze al van kleins af aan. Bij zwemles staat ze te applaudiseren voor kinderen die mogen afzwemmen. Ze heeft geen enkele drive om te zorgen dat zij ook eens gaat afzwemmen. Maar op een dag verrast ze me.
‘Mama, weet je wat ik wil worden als ik NIET naar de olympische spelen ga?’ Ik kijk haar verbaasd aan. Dit is nieuw, de olympische spelen. En niet als toeschouwer, maar gewoon zelf als schaatser. Maar blijkbaar heeft ze nog meer plannen.
‘Nou, vertel op.’
‘Dan word ik kinderarts en ga ik naar Afrika.’
Ik vertel maar niet dat je daar ontzettend lang voor naar school moet. Iedereen heeft recht op zijn dromen, toch?

Zo zie je maar. Kinderen blijven je verrassen. Vooral als het de meest fantastische, knapste, slimste, mooiste kinderen van de wereld zijn. En toevallig heb ik die!

<!– –>

Stoppen

Ik hikte er al weer een tijdje tegenaan. Maar toen mijn vaste rookmaatje op het werk stopte met roken, besefte ik dat het voor mij ook weer eens tijd was. Tot nu toe deed ik dat altijd ‘cold turkey’: gewoon de laatste peuk uitdrukken en dan geen nieuwe meer opsteken. Dan is het een weekje een slecht humeur en trillende handen, daarna gaat het wel weer. Dan komt het meer aan op wilskracht. Maar in deze tijd van ellende vond ik dat ik wel wat liever voor mezelf mocht zijn. Deze keer ga ik het proberen met pleisters.

Zo gezegd, zo gedaan, ik naar de drogist. ‘Hoeveel rookt u per dag?’, vraagt het meisje van de drogist. ‘Nou, iets van 10 per dag.’, antwoord ik. Ik wilde eerst jokken maar dat leek me in dit geval niet zo handig. ‘O, dat valt reuze mee, dan valt u in categorie 2, categorie 3 kunnen we overslaan.’, meldt ze. Valt mijn rookgedrag ook nog eens mee. Nu niet twijfelen, het is tijd om te stoppen. Gewapend met een pak nicotinepleisters verlaat ik de drogist.

Een week later overkomt me met de pleisters wat me met roken ook zo vaak gebeurde: op een erg onhandig tijdstip zijn ze ineens op. Ik moet naar mijn werk, heb van ’s morgens vroeg tot eind van de middag allemaal afspraken. En allemaal afspraken waar ik zeker van ga roken. Dus moet ik gauw voor het werk nog langs een drogist. De eerste heeft geen pleisters, stom. De tweede gelukkig wel. Ik reken af en vraag aan het meisje en vraag of ze ook een schaar heeft. Eerst kijkt ze me een beetje verbaasd aan, maar dan vat ze hem. Ja, ze heeft een schaar. Ze knipt de eerste nicotinepleister uit zijn kindvriendelijke verpakking en overhandigt hem aan me. Blij plak ik hem op mijn schouder, de rest van het winkelpubliek kijkt meewarig toe. Het kan me niks schelen, ik ben gestopt!

Als ik dit aan mijn mede-stopper vertel, zegt ze dat zij het nog een keer veel erger had. Ze moest dringend nieuwe pleisters hebben, anders was ze direct weer gaan paffen. Dus de eerste de beste apotheek binnen die ze zag. Ze bestelt nicotinepleisters en krijgt het verbijsterende antwoord dat ze die niet verkopen. Ze heeft zin om de verkoopster over de toonbank te trekken, maar houdt het bij een verbale uithaal: hoe kan het, dat de apotheek beweert te kunnen helpen met stoppen en vervolgens verkopen ze geen pleisters? Het kan toch niet zo zijn dat ZIJ weer gaat roken omdat de apotheek geen pleisters verkoopt? Het is een SCHANDE en het is hun schuld dat ze nu niet kan stoppen, sterker nog, weer gaat beginnen met roken! De mevrouw achter de balie knikt meelevend en meldt dat ze meteen gaat zorgen dat er een heleboel pleisters ingeslagen gaan worden zodat iedereen weer fijn kan stoppen met roken.

Nou ja, gisteren viel de nicotine pleister van mijn rug. Ik had geen zin om er weer een nieuwe op te plakken. Dus als ik een beetje sacherijnig ben, weet je waar het door komt!

<!– –>

AM

Daar zit ik dan, als Alleenstaande Moeder in mijn nieuwe huis. En dat gaat best goed, maar soms ook niet.

Dan heb ik allemaal boodschappen gedaan bij Appie H om eens lekker spaghetti te eten. Pas als ik mijn keukenkastje opendoe om een pan te pakken, bedenk ik dat daar maar één braadpan in staat en een koekenpan.

Dan wil ik een nieuwe telefoonaansluiting en wordt mij gemeld dat ik eind september aan de beurt ben. Op mijn verbaasde ‘dat kan niet waar zijn!’ antwoordt de mevrouw: ‘Wat had je dan gedacht?’ ‘Nou, morgen, bijvoorbeeld?’ Gelukkig na enig heen en weer gepraat is het begin september geworden.

Dan verheug ik me erop dat mijn nieuwe wasmachine wordt gebracht. Tot de installateur meldt, dat de kraan niet geschikt is om de wasmachine op aan te sluiten. Er moet een adapter tussen…. Die blijkt dan vervolgens nergens verkrijgbaar. Net als ik zin krijg om gewoon een potje te janken midden in de winkel, tref ik een aardige verkoper die mij meldt dat ik het beste een nieuwe kraan kan installeren. Op mijn vraag of ik dat wel kan, antwoordt hij dat ik dat ZEKER kan. Hij stalt alles uit op de balie wat ik nodig heb en geeft mij tips hoe ik het moet doen. En vooral de hoofdkraan even dichtdraaien. Een uur later blijkt dat ik dat inderdaad kan en zit ik tevreden voor mijn wasmachine te kijken hoe leuk hij ronddraait.

Maar goed, ik moet dus nog een beetje wennen aan mijn nieuwe titel Alleenstaande Moeder.
Engobe
Waarschuwing: mensen die niks hebben met fröbelen, punniken, breien en aanverwante vrijetijdsbestedingen, ga gauw wat anders doen!Waarschuwing 2: het ziet er misschien op de foto’s simpel uit, maar het kost je in elk geval heel veel tijd om zoiets als hieronder in elkaar te zetten. Dus bezint eer ge begint!

Ik vind het leuk om bij de dingen die ik van klei maak, gebruik te maken van oude technieken. Zo ben ik dol op engobe. Engobe is gekleurde kleislib waarmee je werkstukken kunt decoreren. Het verschil met gewone glazuur is, dat je het aanbrengt op leerharde klei (dus nog ongebakken). Vervolgens wordt je werkstuk gebakken, daarna kan je er transparante glazuur overheen doen en nogmaals bakken (dat hoeft niet, maar dan is je werkstuk kwetsbaarder).
Engobe is een techniek die door de Grieken veel gebruikt werd. Er zijn twee verschillende stijlen binnen de Griekse vaasschilderkunst: zwartfigurig aardewerk en roodfigurig aardewerk. De zwartfigurige techniek is het oudste. Bij de zwartfigurige techniek werden de figuren met de kleiverf op de achtergrond geschilderd. De details, zoals ogen, kledingplooien en spieren, kraste men met een scherp voorwerp in. Wat beschilderd was, werd tijdens het bakken zwart, de onbeschilderde achtergrond werd rood. Eventueel konden de figuren nog levendiger worden gemaakt met witte verf, gemaakt van pijpaarde, of met purper. Bij de roodfigurige techniek werkten de vaasschilders precies andersom. De figuren werden uitgespaard en de achtergrond werd beschilderd. De schilders konden de details in de figuren aanbrengen met zeer fijne penseeltjes, waardoor ze veel fijner konden werken dan door inkrassingen. Na het bakken waren de figuren dan rood en de details en de achtergrond zwart.
 
 

En nu wil ik me helemaal niet meten met de oude Grieken, maar ik vind het wel leuk om te werken volgens deze oude techniek. Hieronder laat ik je de ontstaansgeschiedenis zien van mijn werkstuk. De opdracht was een etagère maken. Ik heb gewerkt met een sjabloon. Uiteraard kun je deze zo simpel en ingewikkeld maken als je zelf wilt. Ik heb daarvoor een iets ingewikkelder patroon gekozen: een mandala. Deze heb ik uitgeprint op onbedrukt krantepapier (gewoon papier werkt niet goed, je kunt dit papier bij Flokstra kopen. Het kan ook met gewone kranten, maar ik zie dan het patroon niet goed tussen het nieuws door) en vervolgens uitgeknipt met een heel fijn schaartje. Dat ziet er als volgt uit:
 

Dan moet het natuurlijk ook ergens op gemaakt worden. Ik heb drie borden gemaakt, van verschillende afmeting. Je hebt voor elk bord een sjabloon nodig, deze is niet te hergebruiken. Dus, knippen, knippen, knippen…. Goed, toen ik dat klaar had, heb ik de sjabloon goed op de klei bevestigd. Sjabloon nat maken, uitkijken dat hij niet scheurt als hij nat is, op de klei leggen en weer enigszins in vorm drukken. Nu komt de fun. Zoek de kleuren uit die je mooi vindt en kleur je sjabloon in.
 
Als dat klaar is en het geheel met een föhn gedroogd is (en eventueel nog wat bijgewerkt is), wordt het papier verwijderd. Het papier blijven zitten, het zou moeten verbranden in de oven. Mijn ervaringen daarmee zijn niet zo geweldig, dus peuter ik het papier altijd voorzichtig weg.
 
Na de eerste keer bakken ziet het er zo uit:
 
Dan nog transparante glazuur erover, het werkstuk ziet er dan (even) niet meer uit.
 
Het eindresultaat: 
 
Nieuwe hobby
Nietsvermoedend, fiets ik van mijn werkplek in de binnenstad naar een locatie van mijn werk in één van de buitenwijken. Het is een mooie dag, we roepen dan altijd dat we gewéldig werk hebben. Beetje rondfietsen, beetje overleggen, stukje terugfietsen, nog even achter de pc en dan mogen we al weer naar huis.

Op de terugweg valt het me op dat naarmate ik dichter bij de binnenstad kom, er steeds meer politie op de been is. Er zal wel weer wat aan de hand zijn. Ik ben nooit zo snel met dingen ontdekken. Toen de scholieren vorig jaar staakten en de boel op stelten zetten, stond ons pand al bijna in brand voor ik het in de gaten had. Ik fiets gewoon door, tot een agent mij staande houdt vlak voor de Grote Markt. ‘Afstappen, mevrouw.’, bromt de snor. Vriendelijk vraag ik of ik wel mag oversteken en verder lopen, ik moet tenslotte terug naar mijn werk. Dat mag. Ik heb nog geen twee stappen gedaan, als ineens de hele meute, die zich op de Grote Markt heeft verzameld, in beweging komt. ‘Daar komt ze, daar komt ze!’, gaat het door de menigte. Ik ben niet zo ijdel dat ik denk dat het om mij gaat.

Dan zie ik iets bekends, het lijkt wel of de koningin daar aankomt. Gauw grabbel ik mijn telefoon uit mijn tas, dit moet op de gevoelige plaat. Op de één of andere manier sta ik ineens vooraan. Ik knip een paar foto’s. Dus nu heb ik een nieuwe hobby: royalty watcher! Maar of het echt wat wordt  ?
 
Aan de linkerkant zie je nog net de bloemen van de koningin
 
Tussen de mannen zie je het hoedje van koningin Silvia

Nooit meer Rokjesdag
Woensdag, ik ga maar eens vroeg in bed. Dat heb je soms, zin om in bed te liggen. Vooral na een zware training lig ik ineens op apegapen. Risico is dan, dat je het nieuws mist. Meestal niet zo erg, maar vandaag wel.

Donderdag. Nietsvermoedend doe ik de krant open. Een kreet ontsnapt me. Nee, Bril is dood! Woensdagavond was het al bekend, nu word ik er voor het ontbijt door overvallen. Verslagen begin ik te lezen. Halverwege het artikel van Pieter Broertjes druppen de tranen op de krant. Om me heen gaat het leven gewoon verder. De kinderen maken ruzie over iets, boter wordt doorgegeven aan degene die hem wil hebben. Ergens op de achtergrond roekoet een duif.

Voor mij staat de wereld even stil. Wat moet ik nou toch zonder Bril?
Bril, Brilletje toch, ik zal je missen.

De Badmeester
Na jaren zwemlessen waren we er eindelijk vanaf: in een te warm zwembad zitten kijken naar ploeterende kindertjes. Tot dochter 2 besloot op wedstrijdzwemmen te gaan. Weer twee keer per week langs het bad zitten, maar we doen het maar weer dapper. Dat langs het bad zitten is nog niet het ergste, de barre trainingstijden zijn funest. Zaterdagochtend om 8 uur. En dan zit ze gelukkig nog niet in de groep die om 6 uur start.

Zaterdagochtend vroeg. Er staat iemand in mijn oor te tetteren, terwijl ik me nog lekker wil omdraaien. ‘Mama, het is al bijna half acht, ik moet zo zwemmen!’ Kreunend kom ik tevoorschijn uit mijn warme bedje. Bah, ik haat zwemmen. Snel kleed ik me aan en schuif een boterham naar binnen. Kind staat al klaar met haar tas in de hand. Ik gris nog een deel van de krant mee, zodat ik in elk geval wat te doen heb. We sjezen over een lege ringweg naar het zwembad.

Ik plof neer op de tribune en verdiep me in de krant. Op de achtergrond de gezellige geluiden van kinderen die door het water spetteren. Ineens gaat er een huivering door het zwembad. De moeders op de tribune staken hun gekwebbel en slaken kreetjes. Ik kijk op uit mijn krant, wat is hier aan de hand? Ik kijk naar beneden, richting zwembad. Daar loopt De Badmeester. Ik kan het niet ontkennen: het is een lekker ding. Die mening wordt gedeeld door de rest van de moeders, aanwezig op de tribune. Ineens hangen de dames wel heel belangstellend over de reling. Ik lach in mezelf, het is ook overal hetzelfde. Maar gelukkig heb ik Martin Bril bij me.

Even later gaat er weer een siddering over de tribune. Wat nou weer? De Badmeester gaat te water! Hij gaat kinderen in het bad aanwijzingen geven. Uiteraard heeft hij daar het trainingspak voor uitgetrokken. De dames vallen bijna in katzwijm. Ja, De Badmeester is een strakke jongen, je kan zien dat hij veel zwemt! Nu hangt echt iedereen over de reling om maar niets te missen van de training. Elke beweging van de kinderen wordt gevolgd.

Na de training zitten we beneden in de hal te wachten tot onze kinderen gedoucht en aangekleed weer te voorschijn komen. Ineens staat De Badmeester in de hal. De dames zwermen om hem heen, tsjilpend moeten ze toch ècht nog even weten of hun kind aanleg heeft voor zwemmen. Ik kan mijn lachen nauwelijks inhouden, het is echt vermakelijk.

Daar komt kind gelukkig aan. ‘Heb je lekker gezwommen?’ vraag ik langs mijn neus weg. ‘Ja, we hadden een hele leuke training. Deze badmeester is wel heel streng.’, antwoordt kind. Ik glimlach. Inderdaad, toch best leuk, zo’n training op zaterdagochte

De Preek van de Week
‘Hoe was het op school?’ Vraag ik aan mijn oudste. ‘Mwah, ging wel.’, is het antwoord. ‘Heeft de meester nog een preek gehouden vandaag?’, vraag ik, aangezien ik weet dat de meester erg dol is op Dagelijkse Preken over Goed en Kwaad. ‘Ja, echt een MEGA preek, van wel een half uur.’ Mijn dochter gaat er eens goed voor zitten om te vertellen waar het over ging.

Ineens denk ik aan de preek die ik laatst kreeg. Als volwassene ben je niet zo gauw meer de klos, maar laatst had ik het blijkbaar echt te bont gemaakt. Ik moest mijn rijbewijs verlengen, braaf als ik ben maak ik een afspraak. Op het opgegeven tijdstip meld ik me bij de juiste balie. Ik overhandig mijn rijbewijs dat verlengd moet worden. Daar zit een dame die me streng aankijkt door haar bril.
‘U weet dat uw rijbewijs is verlopen?’ Rustig blijven, niet pissig worden, ik heb wat van haar nodig. Rustig antwoord ik dat ik me daarvan bewust ben.
‘U weet dat het strafbaar is om met een verlopen rijbewijs te rijden en dat u, als u een ongeluk krijgt, onverzekerd bent?’ Dat wist ik niet maar dat ga ik haar niet aan neus hangen. ‘Ja, dat weet ik.’
‘Als u uw nieuwe rijbewijs komt ophalen, moet u ook een GELDIG identiteitsbewijs meenemen, want uw rijbewijs is VERLOPEN.’ Ondertussen heb ik zin om haar eens flink de waarheid te zeggen, maar ik hou me in. Ik betaal voor mijn nieuwe rijbewijs en vertrek. Mijn maandag begint fantastisch, ik kan er de hele week tegenaan na deze preek.

Een week later ga ik, gewapend met een GELDIG legitimatiebewijs mijn nieuwe rijbewijs ophalen. Ik geef het bonnetje en mijn paspoort aan de mevrouw (een andere, gelukkig). Ze kijkt me aan en zegt, terwijl ze mijn paspoort terugschuift: ‘Deze heb ik niet nodig.’
‘Ja, maar mijn rijbewijs is verlopen…’
‘Van mij krijgt u het zo mee.’ En ze lacht stralend. Een beetje verbaasd pak ik mijn nieuwe rijbewijs aan en vertrek. Er bestaan dus nog wel leuke baliemedewerkers! Mijn dag is goed.
Meer… Koud, hè?
Gisteravond werd het op de slaapkamers van ons goed geïsoleerde nieuwbouwhutje toch ook wel koud. Toen ik op zoek ging naar extra dekbedden voor de kinderen, moest ik ineens denken aan logeren bij mijn oma in de winter.

Zij woonde in een oud huis, natuurlijk alleen verwarmd door gaskachels. En die zaten alleen in de woonkamer. De rest van het huis was gewoon ijskoud. Zo lang we in de kamer zaten, was er niets aan de hand. Maar op een gegeven moment moest ik toch naar bed. Er zat maar één ding op: als een raket zorgen dat je in je pyjama kwam en dan vliegensvlug in bed. Daar lag ik dan, onder vier dekens die kriebelden en aanvoelden als een blok beton. Koud! Maar gelukkig had ik dan na een tijdje toch een warm holletje zodat ik lekker kon slapen.

Pech had ik dan natuurlijk als ik op een gegeven moment wakker werd en naar de wc moest. Het was nog donker, hoe laat zou het zijn? Ik wachtte tot ik de klok beneden zou horen slaan, maar dat duurde natuurlijk eindeloos. Hoorde ik al iemand beneden? Nee, ook niet. Uiteindelijk toch maar heel voorzichtig uit bed om mijn zusje niet wakker te maken. En dan moest ik met mijn kleine blote voetjes op het koude zeil (daar is ook nog eens een liedje over gemaakt, al waren het toen grote blote voeten) . Daarna kon ik op de logeerkamer een kinderboek van mijn moeder uit de kast pakken. Lekker, ‘alleen op de wereld’ onder mijn stapel dekens lezen.

Dus, vroeger was uiteraard alles beter. Maar ik geniet toch wel van mijn goed verwarmde huis.

Rare dokter
Eigenlijk wisten we het al een hele tijd, maar schoven we het dapper voor ons uit. Brecht zou op enig moment naar het ziekenhuis moeten om haar astma te laten onderzoeken. Afgelopen maandag was het zover. Samen gingen we op pad. In het ziekenhuis aangekomen, moest Brecht (uiteraard) naar de WC. We liepen over de kinderafdeling, op alle deuren stond een dier. Op één stond een olifant, Brecht’s lievelingsdier. Dus ik zei dat ze daar straks vast het liefst heen wilde.
Na de plaspauze waren we aan de beurt. We mochten naar de kamer met de olifant. Dat was alvast een goed begin. Een co-assistent ging Brecht vervolgens onderzoeken en ondervragen. Ze werd gewogen en gemeten en van alles en nog wat. Toen moesten we wachten op de echte dokter.
De echte dokter kondigde aan dat hij 50% van de tijd serieus is en 50% grappen verkoopt. Aan de co-assistent de eer om te bepalen wanneer hij nou serieus was en wanneer niet. Zegt hij tegen Brecht:  ‘heeft ze je wel gevraagd of je wel eens piept?’  Brecht schudt van nee. Dokter: ‘Piep je wel eens?’  Brecht knikt ja. Maar nu zitten we hier vanwege Klachten. Brecht is ’s morgens steeds vroeg wakker en moet dan overgeven. De dokter heeft dat inmiddels gelezen in het verslag van de CA. Dus hij vraagt:  ‘Hoe zit dat nou met dat overgeven? Is het hoesten-kokken-kotsen of in één keer kotsen?’ Brecht begint te lachen en zegt dat het hoesten-kokken-kotsen is. Gelukkig is dat het goede antwoord, want dat hoort bij astma, net als het piepen. Na nog wat rare vragen en grappen en grollen, besluit de arts dat Brecht een neusspray erbij krijgt. Dokter: ‘Let op, ik ga nu voordoen hoe je die moet innemen.’  Hij ligt op zijn knieën achter zijn bureau met zijn hoofd tussen zijn benen.  Dit is het allerbeste, anders loopt het ZO je neus weer uit! ‘ Brecht giechelt. We moeten ook nog bloed prikken voor een allergie-onderzoek.

Als we buiten staan, zegt Brecht:  ‘wel een beetje een gekke dokter, hè mama?’ Inderdaad, maar beter zo dan zo’n verschrikkelijk serieuze man. Nu moeten we bloed laten prikken. Als we de wachtkamer inlopen, blijken de nummertjes op te zijn. Braaf vragen we wie de laatste is, dan weten we in elk geval na wie we aan de beurt zijn. Daar zie ik de directeur van de IBG de wachtkamer binnenschuiven met mevrouw IBG. Ondertussen heeft een verpleegkundige nood-nummertjes binnengebracht: gele briefjes met een nummer erop. Ze heeft die op het apparaat gelegd, bij de eerste keer dat de deur open- en dichtgaat, waait alles op de grond. De directeur kan dit niet aanzien en ontfermt zich over de gele nummertjes. Gemoedelijk begint hij de gele briefjes uit te delen, in volgorde van waarop de patiënten zijn binnengekomen. Doet hij ook nog eens iets nuttigs voor zijn boven-balkenende-norm-salaris.
Het prikken stelt gelukkig niet zo veel voor, Brecht krijgt nog wel een mooie Garfield pleister. Als we weglopen, blijken er weer echte nummertjes in het apparaat te zitten. Kan de directeur zich weer met Belangrijke Bestuurszaken bezig houden!

Piercing
Ik ben niet zo’n liefhebber van piercings. Ik kan er ook een beetje onpasselijk van worden. Laatst zag ik iemand lopen met een knopje in haar nek, bah. Ook heb ik eens een collega gehad die een piercing in zijn wenkbrauw had. Tijdens werkoverleg kon ik alleen maar gebiologeerd naar dat ringetje in zijn wenkbrauw kijken. Ik wilde niet, maar mijn ogen werden er onwillekeurig steeds weer naar toegetrokken. Brrr. Ik heb zelfs mijn manager gevraagd of ik er wat van mocht zeggen, als leidinggevende van de wenkbrauw-piercing. Dat mocht dus niet, als hij in een korte broek naar het werk kwam, was het een ander verhaal. Maar iedereen moet zelf weten of hij iets in zijn wenkbrauw steekt.

Ook mijn kinderen weten dat ik niet heel vrolijk wordt van meisjes (en jongens) die overal in hun lijf ringetjes en knopjes hebben. Laatst zei mijn dochter: ‘Mama, ik neem geen piercing, ik neem een tattoo!.’ Een hele geruststelling!

Uiteraard heb ik zelf ook een piercing. En als puber had ik er zelfs nog wel meer gewild. Ik ben tenslotte opgegroeid in de ‘zwarte periode’ waarbij iedereen overal veiligheidsspelden in had. Dat was nu niet direct mijn ideaal, maar een oor vol ringetjes leek me wel wat. Toen ik elf was, mocht ik eindelijk de eerste gaatjes in mijn oren. Aangezien mijn moeder ook geen fan is van piercings, was er geen sprake van dat ik meer gaatjes in mijn oren kreeg. En ik was te schijterig, om net als vriendinnen van mij, zelf met een naald een gat in mijn oor te jassen. Naald ontsmetten, kurk achter je oor, flink duwen, klaar is kees. Nou, mij niet gezien.

Toen ik vijftien was, ben ik op een dolle dag dus maar naar een juwelier gestapt, om van mijn opgespaarde zakgeld, illegaal een tweede paar gaatjes te laten schieten. Samen met een vriendin ging ik er heen. Het was een bloedhete zomerdag, echt een dag om iets stouts te doen. Met viltstift zetten een hele nette man in pak een stip op mijn beide oren. Ondertussen stak hij een verhaal af, dat naarmate de gaatjes meer naar boven op je oor kwamen, je er meer last van zou krijgen. Iets over zenuwen en ontstekingen. Ik luisterde maar half, toch een beetje zenuwachtig voor de nietmachine die hij zo tegen mijn oor zou zetten. Twee keer knallen en ik was een paar oorbellen rijker. En ook twee hele zere oren. En of het nou door de warmte of door de spanning kwam, toen ik naar buiten stapte, sloeg ik bijna tegen de vlakte. Het werd me zwart voor ogen. Ik mompelde tegen mijn meegekomen vriendin, dat we maar snel een ijsje moesten halen om het te vieren. Om even rustig te zitten, bedoelde ik eigenlijk. Altijd stoer blijven!

Het mannetje had uiteraard gelijk: het tweede paar oorbellen zweerde aan de lopende band. Of deed pijn of klopte, maar nooit kon ik daar langer dan een dag oorbellen in hebben. Dus een rij gaatjes in mijn oren was aan mij niet besteed.

Anyway, toen ik mijn dochter vertelde, dat een tattoo echt ALTIJD op je lijf blijft zitten, moest ze toch even slikken. Maar natuurlijk vooral stoer volhouden dat je dat wel wist en dat je dat zeker wilde! We zullen zien wanneer ze er stiekum mee thuiskomt.
Kubb
De meeste mensen weten wel dat ik niet zo’n spelletjesfreak ben. De kinderen vragen meestal hun vader als ze een spelletje willen doen. Ook voor campingspelletjes als badminton en overgooien druk ik mij. Ik ben gewoon niet zo handig met ballen vangen en gooien. Maar dit weekend is het toch gelukt om mij mee te laten doen aan een spel. En: ik vond het nog leuk ook!

Dit weekend hadden we familie weekend. Gezellig met 15 man in een huisje in de Achterhoek. Eén van mijn neven had op vakantie op Terschelling een leuk spel gedaan: kubb. Het was heel makkelijk en je hebt er geen ingewikkelde dingen voor nodig. Dus had hij met zijn vader zelf de benodigdheden verzameld en een spel gemaakt. Gevolg was, dat de hele familie al snel op het grasveld stond. Aan de geluiden te horen was het erg leuk. Ik besloot ook maar eens een kijkje te nemen. Samen met twee schoonzussen nam ik plaats op het bankje langs het speelveld. Er werd met stokken op een soort blokken gegooid. Als er een blok omging, steeg er een gejuich op. Er waren voldoende mensen, dus werd er nog niet direct geroepen dat ik mee moest doen. Wel waren alle mensen die mee hadden gedaan, direct zo enthousiast, dat ze steeds weer mee wilden doen.

Zaterdagavond werd echter besloten dat er een soort ‘jongens-op-de-meiden’ moest plaatsvinden. De vier broers tegen de vier schoonzussen. Dus toen moest ik wel aantreden. Zoals gezegd ben ik niet zo handig met gooien en vangen, dus ik zag het somber in. De eerste worpen waren beroerd. De heren hadden al heel wat vaker gespeeld en zijn bovendien bloed-fanatiek. Binnen de kortste keren stonden we op zwaar verlies. Toen kreeg ik echter ineens de geest. Aan de lopende band gooide ik de blokken om. En aangezien mijn goede spel oversloeg op de rest, stonden we na een dik uur weer gelijk. Helaas werd het toen zo donker dat we niet verder konden spelen. Maar natuurlijk bleef het spel staan, dan konden we zondag weer verder spelen.

’s Morgens goot het echter van de regen. Iedereen liep wat te ijsberen door de kamer en steeds maar te kijken of het toch al wat beter weer werd. Pas na de middag werd het beter. We besloten het spel af te spelen. Ons team was niet zo watervast, binnen de kortste keren hadden we nog maar één blok over. Echt prut dus, we hadden nog maar één kans om te winnen: als ons laatste blok omging, direct de koning omgooien. Daar ging ons laatste blok. Als een stel wilden begonnen we stokken op de koning te gooien. En het lukte ons! We waren de winnaar! De eerlijkheid gebied ons te zeggen dat we een klein beetje vals hebben gespeeld: er mag maar één speler gooien op de koning en wij deden leuk allemaal mee. Maar het andere team had ons al gefeliciteerd voor ze begonnen te jammeren dat ze een protest indienden. Jammer, te laat. De Kubb Familiecup 2008/2009 is gewonnen door team ‘de kouwe kant’. En volgend jaar doe ik zeker weer mee.

wie het ook eens wil proberen (pas op, het is verslavend!):http://nl.wikipedia.org/wiki/Kubb

Mangiafagioli
Boneneters, Mangiafagioli, worden Toscanen in de rest van Italië genoemd. De keuken van Toscane is een beetje boers, in de ogen van de rest van Italië. Kenmerken van de Toscaanse keuken zijn vooral knetterverse ingrediënten. Er wordt vooral gegeten wat elk jaargetijde te bieden heeft, de gerechten zijn eenvoudig, maar o zo lekker.

Allemaal leuk en aardig, maar hoe doen we dat op de camping? Het eerste wat ik gedaan heb, en wat iedereen zou moeten doen, is een goede fles olijfolie kopen en een fles balsamico azijn. Ik heb in een supermarkt een fles balsamico gevonden met een spuitding erop. De kinderen zijn er weg van, overal moet even een ‘spuitje’ op, terwijl ze in Nederland altijd klagen als er balsamico azijn door de salade zit.

Naast pasta in alle soorten en maten, hebben we natuurlijk ook wel eens zin in wat anders. Zelfs in de supermarkten kun je je laten verrassen door heel, veel verse groenten en fruit. Tomaten in alle soorten en maten, van groot naar klein en van groen tot rood. Paprika’s, zoet en heet, groot en klein. Uien in alle varianten. En natuurlijk sla. Dat gaat hier niet per kropje maar per kilo. En als rasechte Hollander is het dan wel fijn om te zien dat een kropje sla per kilo wel heeeeel voordelig is! Daarnaast is er natuurlijk kaas en allerlei soorten pesto en lekkere hapjes te krijgen.

Goed, wat gaan we maken? Bij heet weer is een (maaltijd)salade natuurlijk altijd lekker. En aangezien die Toscanen boneneters zijn, gebruiken we bonen.

Bonensalade met tonijn
Nodig voor twee personen:
Paar blaadjes sla
1 tomaat
Stuk komkommer
1 rode ui
Blikje witte bonen (niet in tomatensaus), probeer gewoon één van de vele soorten
Blikje tonijn op water

Bereiding:
Was de sla en scheur de blaadjes in stukken. Doe in een grote pan (thuis mag het natuurlijk ook in een slaschaal). Snij de tomaat, ui en de komkommer in stukjes en doe bij de sla. Giet de bonen en doe erbij. Giet de tonijn af en verdeel in stukjes. Nu giet je er wat olijfolie over en spuit je er flink wat balsamico azijn over. Meng alles door elkaar. Eet op met pane Toscane erbij. En ook lekker erbij is de salade della nonna, een soort Italiaanse sandwichspread.
Variatie: neem in plaats van tonijn een stukje stevige peccorino in stukjes erdoorheen.

Dat Pane Toscane is brood zonder zout, dat proef je meteen. Voordeel van dat brood zonder zout is, dat het minder snel beschimmelt en langer vers blijft. Dat is natuurlijk altijd prettig op de camping! Het is prima te eten maar wordt nog lekkerder als je er ‘broodjes caprese’ van maakt. Snij een paar sneetjes af (halveer ze evt. als het een breed brood is). Besmeer de sneetjes met pesto. Daarop een plakje mozzarella, plakje tomaat en een blaadje basilicum. Heerlijk met een koel glaasje witte wijn.

Uiteraard kun je ook een salade caprese maken. Italianen zijn dol op deze salade omdat de kleuren van de Italiaanse vlag erin zitten.
Nodig voor twee personen:
Paar blaadjes sla
1 bolletje mozzarella
2 tomaten
Verse basilicum

Bereiding:
Was de sla en scheur de blaadjes in stukjes. Doe in een grote pan. Doe er een scheutje olijfolie bij en een scheut balsamico azijn, even mengen. Snij de tomaten en de mozzarella in plakken. Verdeel ze over de sla, schik het zo dat je om en om tomaat en mozzarella hebt. Verdeel er vervolgens de blaadjes basilicum over. Lekker als lunch.

Zo zie je maar, dat je op de camping best culinair uit de voeten kunt. Je hoeft er je gasflesjes nog niet eens voor tevoorschijn te halen!

 
Rare jongens, die Italianen
Ik ben zo slim geweest om alleen maar campings te zoeken waar een zwembad is. Want we kunnen wel tegen de warmte, maar het is toch lekker om ’s middags even in het water te plonzen. Op de eerste camping komen we er al achter: Italianen zijn een beetje raar. Het is verplicht om met een badmuts te water te gaan! Dus gaan we vieren getooid met een schattig wit-met-rood gestreept badmutjse te water.

We staan op een camping niet ver van Florence. Er stopt zelfs ’s morgens een lijndienst op de camping. Dat is uiteraard wel heel makkelijk. Dus stappen we in en laten ons vervoeren naar Florence. De buschauffeur zit half omgedraaid op zijn stoel te praten met een hele mooie Italiaanse dame. Ze zitten in een een erg geanimeerd gesprek. Brecht zegt: ‘Mama, in Nederland hangt altijd een bordje ‘niet praten met de chauffeur’ in de bus.’ Inderdaad. Onderweg geniet ik van het mooie uitzicht. Heuvels en dorpjes en dorpjes op heuvels. Mijn gemijmer wordt wreed verstoord door een enorme ringtone. Ik kijk om me heen wie er zo’n belachelijk harde ringtone heeft ingesteld. ‘Pronto?’ Er neemt in elk geval iemand op. Dan heb ik de boosdoener te pakken: onze buschauffeur ratelt er in rap Italiaans op los. En denk nu vooral niet dat hij handsfree belde, gewoon de telefoon in de hand en babbelen maar.

Naast badmutsen hebben de Italianen nog iets leuks voor de toeristen bedacht. Als je te bloot gekleed bent, mag je niet zo maar een kerk in om deze te bezichtigen. Dan moet je een gezellig blauw kapmanteltje om. Ik had hier al eens van gehoord en denk er gelukkig elke keer op tijd aan dat ik een nette rok en t-shirt moet aantrekken bij bezoek aan steden. Maar nu is G. een keer de banaan. Ik had al eens gemopperd dat het toch niet normaal is dat hij met een afgeknipte broek een kerk binnenkomt. Maar er is nu een surveillante die het helemaal met me eens is. G. moet een beeldig blauw kleedje om zijn benen. En alsof dat nog niet genoeg is, moet hij er ook nog één om zijn te blote t-shirt. Ik blijf maar een beetje bij hem uit de buurt. Want ik kan er niks aan doen, maar elke keer als ik hem zie, moet ik lachen!

We trekken er ook nog wel eens op uit met de auto. Het valt niet altijd mee om in historische stadje, heuvelop, een parkeerplaats te vinden. Daar zien we een plek. Het is een beetje smal, maar met wat manouvreren, past het. Op het moment dat we uitstappen, stopt er een busje naast ons. Een Italiaan stapt uit en begint in rad Italiaans van alles te vertellen en te gebaren. Hij heeft al gauw door dat we er niets van verstaan. Dan maakt hij het gebaar bij zijn hoofd van de klep van een pet. Vervolgens gebaart hij ‘schrijven’. Het is ons nu wel duidelijk dat we foutgeparkeerd staan. Hij gebaart dat we terug moeten rijden. Braaf als we zijn doen we dat. Even later verschijnt ons mannetje weer. Hij heeft zijn busje aan de kant gezet. Voor ons staat een lange rij auto’s geparkeerd. Hij gebaart weer en stapt in de achterste auto. Hij rijdt deze tot op een centimeter van de auto ervoor. Dan geeft hij aan dat wij onze auto achter de zijne moeten zetten. Dat gaat nooit passen! Maar volgens hem wel, gewoon even schuin doorrijden, kom maar, kom maar, ho! We staan half in een parkeervak en half in de berm, maar blijkbaar is dit wel ok. Als we in het stadje rondlopen, zien we inderdaad een driftig schrijvend politie-mevrouwtje.

Op zoek naar een volgende camping, raken we enigszins de weg kwijt. G gaat de weg vragen. Het duurt wel lang, maar uiteindelijk komt hij terug. ‘Ik denk dat ik het weet.’ Ik kijk hem vragend aan. ‘Hier wist niemand het. Toen kwam er een Italiaan, hij pakte direct zijn telefoon om naar de camping te bellen, waar zij precies zitten. Uiteraard sprak hij alleen Italiaans. Volgens mij moeten we die kant op, dan doorrijden en bij het bord waar ‘Robin Hood’ opstaat, linksaf. Dan zijn we er.’ Dat doen we dan maar. We rijden de aangewezen kant op en inderdaad verschijnt er na enkele kilometers een bord met ‘Robin Hood’ erop! Als we linksaf slaan, ligt daar de camping.

Rare jongens, die Italianen. Maar gelukkig een stuk minder vervelend dan ons voorspeld was.

Vergeetachige Jan
Vakantievoorbereiding is altijd wel wat stressen. De hele kampeeruitrusting moet nog op zolder worden opgegraven. Hebben we alles nog, wat moet er nog gekocht worden? Shit, nu moeten we toch nog naar de vrijbuiter! Ik controleer de kleren die de kinderen willen meenemen, zorg dat er voldoende onderbroeken zijn en leg de te warme truien weer terug in de kast. Uiteindelijk hebben we alles weer in de auto gestouwd. Ik bedenk me dat we het belangrijkste wel hebben, de rest kunnen we in Italië wel kopen.

Onderweg in de auto blijf ik het gevoel houden dat ik wat vergeten ben. Onze reis gaat voorspoedig. We zoeven over de Duitse Autobahn, het is ondertussen wel warm in de auto. Ergens halverwege Zwitserland, de temperatuur loopt op, weet ik het. Mijn bikini!

Ongelofelijk dom, bij iedereen heb ik nog gecontroleerd of er zwemspullen op de stapels lagen. Behalve bij mezelf. Maar zoals gezegd: dat kan ik in Italië kopen. Zo gezegd zo gedaan. Ik beland in een winkel waar ze nog wel wat hebben. Ik zie een gestreepte bikini die ik leuk vind. De juiste maat blijkt wat klein. Nog maar een maatje groter. Nog steeds past niet alles in de bikini, nog maar een maat groter. Helaas, hier kan ik me niet mee in het openbaar vertonen. Er is nog wel een lila model met gezellig strass-stenen op het topje en op de bips. Het is niet echt wat, maar ik MOET een bikini. Dit model zit in elk geval beter.

Nu kan ik in elk geval zwemmen. Ik moet nog wel voorzichtig te water gaan, maar dat geeft niet. Gelukkig kleurt hij leuk bij de badmuts .

De poule
Bij het vorige EK vroegen collega’s mij of ik mee wilde doen aan de poule. Dat wilde ik wel, ik hou wel van een gokje. Niet dat ik heel veel verstand van voetbal heb, maar dat mag de pret niet drukken.
Ik kreeg een ingewikkelde excel-sheet toegestuurd, met poule wedstrijden, kwart- halve- en hele finale wedstrijden. Ik hoefde slechts de poule wedstrijden in te vullen, de rest was van later zorg.
Oké, daar moest ik uit kunnen komen. Ik ging maar een beetje puzzelen met welke landen volgens mij zeker door de poule-ronde heen zouden komen. Nederland (dat hoopte ik in elk geval), Duitsland, Spanje, Italië. In de excel sheet kon ik een beetje met de uitslagen spelen, vanzelf werd dan duidelijk welke ploeg er naar de volgende ronde ging. Hier nog een 3-1, daar nog een 0-0, of toch 2-1? Af en toe ook een beetje een rare uitslag, je kon ook punten halen als je de uistlag precies goed had. Na een uurtje rommelen had ik het helemaal zoals ik het wilde hebben, klikte ik op ‘verzenden’ en klaar!

Zo, daarna weer flink aan den arbeid, daar was ik tenslotte voor aangenomen. En uiteraard moest ik ook nog kinderen naar clubjes brengen, weer ophalen uit het zwembad en boodschappen doen. Dat is het leven van de Moderne Vrouw. De hele poule was ik allang weer vergeten.

Tot ik maandag op het werk kwam. Ik stapte uit de lift op mijn etage. Ik hoorde gefluister: ‘Daar is ze!’ Terwijl ik langs de andere kamers naar mijn eigen kamer liep, hoorde ik overal afkeurend gesis. Ik vroeg me af wat er hier aan de hand was. Iemand draaide zijn gezicht af toen ik langskwam. ‘Ook goeiemorgen’, mompelde ik, en liep door. Mijn verbazing werd steeds groter.

Ik ging mijn kamer binnen en plofte neer. ‘Wat is hier aan de hand?’, vroeg ik mijn kamergenoot. ‘Je weet het niet?’
‘Nee, geen idee.’
‘Je staat bovenaan in de poule!’, riep hij vrolijk. ‘Hé jongens’, riep hij de gang in, ‘Ze staat bovenaan en ze weet het niet eens!’ Gebrul ging over de gang over zoveel onnozelheid. Ik was blijkbaar de enige die niet op zondagavond op internet had gecheckt hoe ik ‘gespeeld’ had dat weekend.

Gelukkig was het beginnersgeluk en eindigde ik uiteindelijk ergens in de middenmoot. Ik vrees dat ik me anders niet meer had kunnen vertonen op de afdeling.

Het thuisproject
Soms kan ik geen genoeg krijgen van mijn werk. Ga ik thuis ook lekker projecten doen. Meestal zijn dit creatieve dingen: surprises in elkaar knutselen, kleding maken voor de kinderen omdat er een oma of opa jarig is/ander feest is. Deze keer was het een iets ander project: de surprise party!

G. wordt 50 en dat moet uiteraard gevierd worden. Ik had een paar maanden geleden al eens gevraagd of hij het wilde weten of dat hij het helemaal aan mij durfde overlaten. G. durfde het wel aan mij over te laten, dus ik kon mijn gang gaan. Eerst had ik bedacht om ergens iets af te huren. Maar het was behoorlijk prijzig en vaak ook wel wat onhandig: waar moet iedereen parkeren in de binnenstad? Uiteindelijk toch maar besloten om het thuis te doen.

Op zich is een feestje organiseren niet zo’n probleem. Sla een hoop drank en voeder in, nodig een stel gezellige mensen uit en klaar is Kees. Maar nu moest het GEHEIM blijven. Iedereen uitnodigen is dan al een hele opgave. Ik wilde collega’s en mensen van de toneelclub uitnodigen. Hoe kom je aan de adressen? Stiekeme zoekacties in G’s spullen leidden gelukkig wel tot resultaat.

Voor de uitnodiging wilde ik een jeugdfoto van G. scannen. Nu had G. net zijn studeerkamer (waar de scanner stond) opgeknapt. Daarbij was de scanner uitgefaseerd, onder het motto: die gebruiken we toch nooit. Gelukkig stond de scanner nog wel op zolder. Maar: waar waren de snoeren?? Na een flinke zoekactie had ik alles gevonden, aangesloten en scannen maar. Het toeval wil, dat G. de avond daarna zelf ook wilde scannen. De schrik sloeg me om het hart: had ik de foto wel van de scanner gehaald? Gelukkig hoorde ik niks en de foto bleek tussen de andere kiekjes te liggen. Gelukkig!

Het inslaan van drank, eten en het ophalen van huurspullen moest allemaal op het laatste moment. Daarom had ik de kinderen ingeschakeld. ‘Zorg dat papa zaterdag een paar uur van huis is, maakt niet uit hoe!’ was de opdracht. Gelukkig werkte de muziekles van B. mee: er moest samengespeeld worden door de kinderen op de muziekschool. Dat kwam mooi uit, ik gaf de kinderen geld mee voor een nieuw t-shirt voor G. Een overval is leuk, maar dan moet je natuurlijk wel zorgen voor de juiste faciliteiten!

Uiteindelijk had G. zaterdagochtend wel wat in de gaten. Hij zei: ‘Ik ga taart kopen voor morgen’. Op mijn nonchalante: ‘Moet je doen, joh.’ keek hij me wel wat vreemd aan. Dus toen hij zaterdagmiddag uit de stad kwam met de kinderen en een heel versierd huis aan trof, schoot hij even in de stress. Maar hij heeft het keurig over zich heen laten komen.

En al zeg ik het zelf: het was geslaagd! Het was natuurlijk prachtig weer, dus met een vuurkorf en een bbq was het gezellig. En de organisator? Knapte om drie uur ’s nachts bij de enkels af. Maar ik had het ervoor over

Kleding party
Uiteraard ben ik bekend met het tupperware party systeem. En wat jaren later werd ineens de ‘lingerieparty’ populair. Ik ken het allemaal van naam, maar heb het nog nooit ECHT meegemaakt. Sinds gisteravond, want toen ben ik naar een heuse sportkleding party geweest.

Een beetje verlaat door de maartse sneeuw, rij ik om iets na achten de straat in. Daar waar een hele kluit auto’s staat, moet het zijn. Ik bel aan, de kamer staat al vol met rekken. Er zijn ook al redelijk wat dames. Iedereen is nog een beetje afwachtend, hier en daar pakt een dame wat uit een rek.

Maar de sfeer wordt al snel wilder. We graaien in de rekken, het is ECHT heel goedkoop en er zit ook heel leuk spul tussen. De eerste kledingstukken worden aangepast. ‘Heb je ook een spiegel?’ vraagt een gast. De gastvrouw meldt, dat er een spiegel in de gang zit. Daar verdringen zich al snel meerdere vrouwen voor.
‘Hiervoor moet ik nog wel wat afvallen, die neem ik niet.’ meldt iemand. ‘O, mag ik hem dan?’ het kledingstuk verwisselt van eigenaar. Kreten als: ‘Die kleur staat je echt goed, die moet je nemen!’ en ‘Die broek staat je prima.’ klinken door de kamer. Geef toe: in welke winkel krijg je zulk goed advies? Ook worden tips uitgewisseld over het verwijderen van inbouwbeha’s in topjes en vervangen van touwtjes in broekbanden.

Na een uur graaien zijn we allemaal voorzien. Tevreden hangen we allemaal achter een kopje thee of koffie. We bekijken elkaars ‘score’. ‘Ga je ook mee op trainingsweekend?’ wordt er gevraagd. ‘Ja, daarom ben ik hier. Ik moet er natuurlijk wel een beetje goed uitzien!’ Volgens mij ging ik voor iets heel anders mee op trainingsweekend, maar we zullen er allemaal fantastisch uitzien!

Valentijn
Helaas heb ik geen aanbidders, dus de Valentijnsbrievenbus zal wel leeg blijven de veertiende. Dit in tegenstelling tot mijn oudste dochter. Vorig jaar was ze ernstig verliefd op een jongen, laten we hem A. noemen. De hele dag door kwebbelde ze over A . ‘En weet je, mama, A. is erg goed met voetbal. Hij heeft deze competitie al VIJF doelpunten gemaakt’, sprak ze vol vuur. ‘Wist je trouwens dat A. hier heel dichtbij woont?’, ging ze door, ‘Hij woont hier twee straten verderop.’ Ik mompelde iets van ‘aha, leuk zeg’ en ging door met krant lezen. Waarop mijn dochter ineens woedend zegt: ‘Mama, nou moet je eens ophouden met vragen over A., ik vind het niet meer leuk!’
Dussss, lastig hoor, om verliefd te zijn. Het enige voordeel is, dat ik dan geen hap door mijn keel krijg . Kan de broek na de winterperiode ook weer dicht. Misschien moet ik ook maar weer eens verliefd worden!

Hoe liep het nou af met Valentijn? Mijn dochter wilde een kaart aan A. sturen. Prima, wij naar de kaartenwinkel om wat uit te zoeken. Uiteindelijk werd het een mickey mouse kaart, hartstikke leuk. Zij zwoegen op een tekst en de kaart naar A. gebracht. Ze heeft twee dagen naast de brievenbus gelegen, maar wat er ook kwam geen valentijnskaart.

Op school kwam ik de vader van A. tegen. ‘Jouw dochter heeft een kaart aan A. gestuurd, toch?’ zegt hij, ‘ik zag haar wegrennen nadat ze hem in de brievenbus heeft gedaan.’ Ik beaam dat de kaart van haar kwam. ‘Het is heel jammer voor haar, maar jongens zijn toch wat later met dat soort dingen. A. weet nog niet eens van het bestaan van meisjes!’ Hopelijk weten de jongens inmiddels ook van het bestaan van meisjes af dit jaar

Beste vriendin
Deze blog zou ook De afknapper-deel 3 kunnen heten, maar dan wordt het zo saai. Dus een nieuwe titel, maar Brecht is weer de banaan.
Sinds Brecht 10 weken is, heeft ze een beste vriendin. Serieus, sinds ze met 10 weken naar de creche gaat en daar een even oude mede-baby komt, zijn ze onafscheidelijk. Ik heb nog een video-opname dat ze ongeveer 9 maanden zijn. Brecht staat al, haar vriendin bekijkt het leven nog vanaf de grond. Maar ze hebben constant contact. Met geluiden en gebaren communiceren ze met elkaar.

Nu gaat dat uiteraard met woorden. Ze zitten op dezelfde school, zijn totaal verschillend maar nog steeds even dol op elkaar. Ze schrijven elkaar brieven, maken kadootjes voor elkaar, logeren elke vakantie bij elkaar en MISSEN elkaar als we op vakantie zijn. Oftewel: echte, onafscheidelijke vriendschap.

En nu, van de week kwam de vader van haar beste vriendin naar me toe. ‘We gaan verhuizen’, was de onverwachte mededeling. Ik kon alleen maar denken: ‘Oh, my god, hoe ga ik DIT nu weer uitleggen??’ Ze hebben een huis op het oog in de middle of nowhere, dan kunnen ze fijn in het bos wandelen. Ik registreer het maar luister maar half. ‘Ze kunnen natuurlijk nog elke vakantie bij elkaar logeren, blablabla’, praat hij door. ‘Ja, natuurlijk’ antwoord ik, nog steeds verbijsterd.

Vanavond waren we samen thuis, papa en Jildou zijn weg. We kijken lingo, Brecht gezellig bij me op schoot. Nu is het moment om toch eens te polsen of ze het al weet. ‘Zeg, heeft T. van de week nog wat tegen je gezegd?’ begin ik voorzichtig. ‘Ja, dat ze MISSCHIEN gaat verhuizen.’ antwoordt Brecht. ‘Laat dat misschien maar weg, ze gaat echt verhuizen.’ antwoord ik. En ja, ze gaat ook naar een andere school. Met toegeknepen stem zegt Brecht dat ze altijd nog kan logeren.
‘Rot, hè? zeg ik, en samen huilen we een beetje terwijl Lucille gezellig doorbabbelt.

De afknapper-deel 2
Brecht: ‘Ik weet best dat het niet Zwarte Piet was die de kadootjes bracht.’
Jildou (doet of haar neus bloed): ‘O nee?’
Brecht: ‘Papa stopte die pepernoten door de brievenbus, zette de pakjes voor de deur en belde toen aan.’

Het wordt tijd om het één en ander uit te leggen…

De afknapper
Wanneer vertel je je kinderen dat de Sint gewoon een verklede vent is? Dat is best een lastig onderwerp. Niet te vroeg, want dan is de lol er zo snel af, maar ook niet te laat, want dan word je kind een loser.

In elk geval, Jildou gelooft niet meer maar Brecht nog wel. Jildou en ik gaan altijd een keertje ’s avonds shoppen voor Sinterklaas. We zouden dit keer vrijdagavond gaan. Brecht ging naar de jonge onderzoekers (voor de niet-Groningers: dat is een knutsel paradijs voor kinderen), dus dat kwam mooi uit. Hoefden we geen lastige vragen te beantwoorden waarom zij niet met ons mee mocht.

Gauke kwam ons halen uit de stad. Hij vertelde dat er een ongelukje was gebeurd. Toen Brecht de zaal van textiel instapte, zat daar een man zich te verkleden als Sinterklaas…. Brecht was die avond maar naar hout gegaan in plaats van naar textiel. Ik doe net alsof ik van niets weet en vraag aan Brecht: ‘Was het leuk met Sinterklaas?’
‘Nee, het was helemaal niet leuk, het was stom.’
‘Ik denk dat het een hulp-Sinterklaas was.’ Probeer ik het nog een beetje goed te maken.
Brecht: ‘Nee hoor, mama! Hij léék er niet een op, het was gewoon een nepperd!’

Tsja, wat kan je dan nog zeggen? Dan mag je toch wel spreken van een afknapper. Ik denk dat het tijd wordt om Brecht het één en ander uit te leggen. Maar dat mag niet meer vóór Sinterklaas van Jildou !

Contemplatie
Een aantal van jullie heeft gezien dat ik twee weken geleden een weekend naar het klooster ben geweest. Daar werd dan ook druk op gereageerd. Op de middelbare school ben ik ook al eens naar het klooster geweest, Martine kon zich dat ook nog herinneren. Haar is vooral de hostiebakkerij bijgebleven, de overgebleven stukken werden bewaard voor bij de soep. Ik kan me de hele hostiebakkerij niet herinneren. Ik ging vooral mee om me tegen mijn ouders af te zetten. Mijn ouders waren niet erg gecharmeerd van welke kerk dan ook, een weekend naar een klooster gaf dan ook heftige reacties.

Ook al ging ik meer mee om mijn ouders te pesten, toch heeft het weekend indruk op me gemaakt. In dit klooster in Meegen werd niet gepraat. Er was geen tv en radio, de kamers waren sober. Ik voelde me echt in een andere wereld. In mijn studietijd ben ik nog een keer naar een klooster in Diepenveen geweest, ook daar voelde ik me weer een weekend los van de gewone wereld. En nu had ik weer eens behoefte aan een weekendje weg van de wereld, even tijd voor contemplatie.

Wa’s dat nou weer, contemplatie? De Dikke van Dale zegt:
con•tem•pla•tie (de ~ (v.), ~s)
1 vrome overdenking => overpeinzing

Oké, bijna duidelijk. Nog even verder gezocht, wikipedia zegt er het volgende over:

Contemplatie is een andere term voor beschouwing. De term stamt van het Latijnse contemplatio…. Letterlijk betekent contemplatie “het scheiden van iets uit zijn omgeving”…… Contemplatie is verwant aan meditatie.
Meestal gebruikt men de term contemplatie specifiek bij de kloosterorden die een beschouwend oftewel contemplatief leven leiden, met name onder een kloosterregel als de Regel van Benedictus, die gebed, studie en stilte tot het hart van het monastieke leven maakt.

Duidelijk! En ook voor de niet-gelovige zoals ikzelf, is dat af en toe nodig. Deze keer was ik in een moderner klooster, de Norbertijnen in Hierden. Deze orde wil juist in de ‘normale’ wereld blijven staan. De nonnen hebben dan ook allemaal een (parttime) baan. Ook heerst er geen doodse stilte. Toch biedt dit klooster al haar gasten de mogelijkheid om even stil te staan bij jezelf. Wat wil je ook als je een meditatieruimte hebt en een landgoed van 25 ha? Voor mij was het een nuttig weekend, waar ik leuke gesprekken heb gehad met monniken en nonnen. En waar ik als bijna veertiger even stil kon staan bij de vraag wat ik moet met de rest van mijn leven. Dus, geestelijk verkwikt maar lichamelijk moe (het was vroeg opstaan…) kwam ik weer thuis!

http://www.katholieknederland.nl/kruispunt/archief/2007/detail_objectID612489.html

Fans, bedankt!
Iedereen die gisteren langs de route stond van de 4mijl: bedankt!  
Je weet niet half hoeveel een aanmoediging kan helpen om de afstand te volbrengen. Misschien lijkt het of hardlopers niks horen en zien, maar elke schreeuw om dóór te gaan helpt! Voor de grap zei ik tegen mijn collega’s dat ik mijn fans om de kilometer had neergezet om me aan te moedigen. En het was ook zo . In Haren stonden de eerste bekenden, op de verlengde Hereweg stond mijn manager, even verderop een andere manager, onder het viaduct stond een (geblesseerde) collega, op de herebrug een vriendin, mijn ouders en jongste dochter in de herestraat en natuurlijk stond Sylvia op de Vismarkt! En ik heb nog een aantal keren mijn naam horen roepen maar je niet herkend, daarom:
Jongens, allemaal hartstikke bedankt , dankzij alle aanmoedingingen heb ik een fantastisch middag gehad. Volgend jaar kom ik weer, jullie ook?

Oud en wijs/grijs (doorhalen wat niet van toepassing is)
Er zijn van die momenten dat je je ineens ontzettend oud voelt. Zo zei laatst iemand: ‘Jemig, zit jouw dochter al in groep 7?’ Ja, mijn dochter zit al in groep 7 en reken dus maar uit dat ik een bijpassende leeftijd heb .
Zo had ik vrijdag een borrel met oud studie genoten. Ik durf het woord reünie niet in de mond te nemen, dat vond ik altijd meer wat voor mijn moeder . En nu had ik zelf een reünie en ik had er erg veel zin in! Dan moet ik toch wel zeggen:
Je wordt ouder mama
geef het maar toe
je wil er alles aan doen
maar je weet niet hoe
je wordt ouder mama!
Maar goed, we zaten dus in de kroeg. Allemaal wat jaartjes ouder, kilootjes zwaarder, met grijs haar/zonder haar/rimpels hier en daar. En het was echt gezellig! Ik zal jullie de dronkemanspraat besparen. Want uiteraard hadden we net als vroeger hele goede gesprekken na een heleboel bier . Het leuke is natuurlijk, dat je elkaar een hele tijd niet hebt gezien en dan gewoon weer met elkaar in gesprek raakt alsof je elkaar vorige week nog hebt gezien. We gaan het gauw weer eens over doen!

Deense Zebra
Hyves is leuk, maar dat wist je natuurlijk allang, anders hing je hier niet rond. Ik vind hyves leuk, omdat ik nu via mijn vrienden (Karolien, om precies te zijn) de vertaling heb van het overheerlijke recept voor ‘kanelstang’. dit is een heerlijk koffiebroodachtig ding voor bij de koffie. Ik heb het recept zelf een beetje aangepast (ook vanwege mislukken eerste poging). Het is niet helemaal de kanelstang zoals we die in Denemarken hebben gehad, daarvoor moet je naar de bakker in het dorp Juelsminde in Jutland.

Waarschuwing 1 niet eerst je keuken poetsen voor je gaat bakken, het kan een beetje een troep worden.
Waarschuwing 2 dit recept kan ertoe leiden, dat je zelf een Deense Zebra wordt. Als je niet weet wat dat is, lees dan mijn blog ‘foute keuzes’

Ingrediënten
Deeg
230 g meel
125 g margarine
50 g suiker
6 g droge gist
50 cc melk
snufje zout

vulling
100 g suiker
100 g margarine
2 tl kaneel (of meer naar smaak)

glazuur
water
poedersuiker

Bereiding
Doe de bloem in een kom en maak een kuiltje in het midden. Doe in het kuiltje de suiker, gist, 25 g margarine, zout en melk. Kneed alles tot een glad deeg. Werk tijdens het kneden steeds de bloem van buiten naar binnen. Vorm van het deeg een bal. Snijd deze aan de bovenkant kruiselings in.
Meng een beetje bloem door de rest van de boeter tot een glad mengsel. Maak hiervan een plak van een cm dik. Rol de deegbal op een met bloem bestoven aanrecht uit tot een vierkante lap. Leg de boterplak erop, sla de deegpunten over de boterplak. Rol alles weer uit tot een langwerpige lap en vouw deze in vieren. Pak het deeg in in huishoudfolie en laat het een half uur rusten.
Rol het deeg weer uit en vouw het in vieren. Rol het deeg nogmaals uit en vouw het in vieren, weer in folie en een half uur in de koelkast.
Ondertussen maak je de vulling. Smelt de boter met de suiker en de kaneel. Laat dit wat afkoelen, zodat het niet meer supervloeibaar is.
Rol het deeg weer uit, snij de plak in tweeën. Verdeel de vulling over beide plakken. Rol ze voorzichtig op. Maak de naad aan de onderkant goed dicht, anders loopt de vulling eruit.
Leg de rollen op een stuk bakpapier op de bakplaat. Bak het geheel 20-25 minuten in de oven op 200 graden.
Laat de kanelstange wat afkoelen. Maak met poedersuiker en een beetje water een glazuur. Maak streepjes over de kaneelstang, klaar is je Deense Zebra!

Morgen ben jij de bruid
‘Hoe laat moeten we weg, kwart over twee?’
‘Mwah, half drie is ook wel goed.’
Ik probeer tijd te rekken, mijn dag is toch al zo kort.
‘Ik wil niet helemaal bezweet in de kerk zitten omdat ik zo hard moet fietsen.’
Da’s ook weer waar. Zweterig op een bruiloft zitten is niet alles. Uiteindelijk krijgen mijn collega en ik allebei nog een telefoontje vlak voor we weg willen gaan. Snel de lippen gestift, we zijn er klaar voor! Net na half drie zitten we op de fiets. We moeten ons nu toch wel een beetje haasten. Natuurlijk is het kermis op de Grote Markt. We ontwijken alle zonder-uitkijken-overstekers. Nu kunnen we gas geven. We schakelen een tandje bij. Als we al een eind op weg zijn, passeren we een school. Er staan al flink wat ouders hun kroost op te wachten. Oei, oei, het is dus al bijna drie uur.
We geven nog één keer gas en even voor drieën draaien we de begraafplaats van de kerk op. We kwakken onze fiets tegen een boom en haasten ons richting kerk. Nog even snel het mobieltje uit, het feest kan beginnen.
Merkwaardig is, dat de deur van de kerk dicht zit. We proberen de deur, die zit dicht. Ik zeg dat ik denk dat de dienst al is begonnen. Mijn collega duwt haar oor tegen de deur. ‘Ik hoor wel wat!’ Ik loop even naar de parkeerplaats, een stukje verderop. Er staat geen enkele auto. Dit is foute boel.
‘Zou haar oma dan overleden zijn?’ Je gaat gekken dingen denken, op zo’n moment. We besluiten een andere collega te bellen, waarvan we weten dat ze ook naar de bruiloft gaat. Mijn collega belt, ik hoor direct hilariteit aan de andere kant van de lijn.
‘We zijn een dag te vroeg!’ We brullen het uit van het lachen, dat hebben wij weer. We hoeven ze geen peper- en zoutstelletje te geven, we zijn het zelf!!

Formule 1
Af en toe ben ik een beetje impulsief. Zeg ik ‘ja’ voor ik heb nagedacht. Zo had ik in mei voor mijn werk een opdracht aangenomen. Organiseer in de zomervakantie een spelletjesmiddag voor kinderen van uitgeprocedeerde asielzoekers. De collega met wie ik samen bij de vragende organisatie was, was meteen enthousiast. ‘Ja, dat is prima, in de vakantie zijn er toch altijd veel mensen die wel willen werken maar door de vakantieperiode niet ingezet kunnen worden. Komt allemaal voor elkaar.’
Dat was dus ergens in mei, de zomervakantie was nog ver weg. De week voor mijn zomervakantie was de opdracht een stuk dichter bij. Toen ik de desbetreffende collega vroeg hoe we dit gingen aanpakken, antwoordde ze dat IK het vooral mocht gaan aanpakken, zij was op vakantie de komende weken. Zucht. Daar zit je dan.
Dus ik aan het posters en flyers maken, duizend jaar geleden dat ik dat gedaan had. En proberen mensen te vinden. Na een middag rondbellen had ik er precies één . Met bezwaard gemoed ging ik op vakantie. Na mijn vakantie zou ik nog een week hebben om alles te regelen.
Na mijn vakantie leek het allemaal wel weer een stuk makkelijker. Ik had materiaal geregeld en zowaar ook mensen gevonden die me gingen helpen! Ik besloot om ook eens langs te gaan bij het asielzoekerscentrum waar we het gingen organiseren. De asielzoekers zitten in een voormalig hotel van de Formule 1. Ik heb er een middag gezeten, het was intriest. Veel te veel mensen op veel te weinig ruimte. Dit gaf me wel weer energie om er iets leuks van te maken.
Zo stond ik dus op een zonnige maandag ineens zelf kinderen te vermaken! Kegelen, penalty schieten, snoephappen. Ook kinderen van asielzoekers vinden dat hartstikke leuk. En na afloop kregen ze allemaal een echte medaille. Een aantal kinderen was hier zo trots op, dat ze direct naar huis gingen om hem aan hun ouders te laten zien.
Zo werd het toch nog een leuke middag

Foute keuzes
Soms vraag je je af of je wel de juiste keuzes maakt… Ik zal een paar voorbeelden geven van mijn foute keuzes.
Als je halverwege naar Denemarken aan je dochter vraagt of ze haar medicijnen bij zich heeft en ze kijkt je glazig aan . Gelukkig zijn er in Denemarken ook apotheken die astma medicijnen verkopen.
Als je zogenaamd ontspannen in je tent een boekje leest, want buiten is het niet te doen. Het is overdag 15 graden…. Mijn manager had nog gevraagd of ik wel helemaal in orde was om naar Denemarken te gaan. Soms zou ik toch eens wat beter moeten luisteren naar mijn meerdere .
Als je op eindelijk een mooie dag naast het zwembad een ontzettende dikke man ziet zitten. Hij is naast dik ook erg bruin. Het ergste moet nog komen. Als hij opstaat om in het zwembad te gaan, verschuiven zijn speklagen en komen er allemaal witte strepen te voorschijn . De Deense zebra, zal ik maar zeggen .

Was er dan helemaal niks leuks in Denemarken??? Jawel, we hebben bijvoorbeeld heel lekker gebak ontdekt. Het heet kanelstang. Zoals de naam al doet vermoeden, smaakt het naar kaneel. Het is een soort koffiebrood, gevuld met iets roomachtigs, bovenop zitten glazuurstreepjes. Het is overheerlijk , ik heb al geprobeerd het recept op internet te vinden. Ik denk dat ik het ook heb gevonden. Het recept is alleen in het Deens. Helaas is mijn Deens niet zo geweldig dat de taart al in de oven ligt! Dus als iemand dit bekend voorkomt en een recept voor me heeft: je maakt me ongelofelijk blij .

De Smoezentrommel
Ooit, een paar jaar geleden, ben ik begonnen met hardlopen omdat ik een grote mond had. Ik beweerde dat ik PRIMA een 4mijl kon lopen. Voor ik het wist, stond ik op de lijst van mensen die namens het werk zouden meelopen. Dat was even slikken….
Want diep in mijn hart wist ik best dat hardlopen niks voor mij is. Ooit heb ik eens meegedaan aan de Lauwersloop. Ik deed de kortste afstand, 3km. Dat vond ik meer dan genoeg. Het leek me daarom verstandiger dat ik toch maar wat ging trainen. Schema van Gerard Nijboer erbij. Vier blessures en een paar knetterdure hardloopschoenen later voltooide ik de 4mijl in een best aanvaardbare tijd .

Toen heb ik ook ontdekt dat hardlopen wel leuk is. De eerste tien minuten is het altijd even afzien, maar als ik één keer in de ‘flow’ ben, is het heerlijk. Alle spanning even loslaten, werkstress even weglopen, het hoofd even leegmaken. En na een uurtje moe en bezweet op de bank ploffen met een welverdiende banaan! Het beste van hardlopen is uiteraard, dat je het kunt doen wanneer je wilt. Je hoeft er niet voor naar de sportschool, schoentjes aan en lopen maar!

Dat is op dit moment ook precies het probleem. Er zit mij niemand achter de broek. Al een maand hang ik lamlendig op de bank. En ik put regelmatig uit de smoezentrommel.
– het is te warm/te koud/het regent/het gaat zo regenen
– ik voel me niet zo lekker/heb een zere voet/ben nog wat stijf van de vorige training
– het heeft niet zo veel zin om te gaan want de rest van de week heb ik toch geen tijd, één training zet geen zoden aan de dijk
– het komt slecht uit want de kinderen moeten ergens heen/we eten te laat en dan loop ik de hele tijd te boeren/ik moet zelf ergens heen (liefst terplekke te bedenken)
– de wedstrijd is nog lang niet, wat zal ik me druk maken
– vrijetijdslopers trainen vaak te hard, dusss

Maar de allerbest is niet van mezelf (helaas):
– nee, ik ga vandaag niet hardlopen. Ik heb namelijk zaterdag een wedstrijd. Als ik dan nu ga lopen, heb ik zaterdag spierpijn.
Briljant, ik kan niet anders zeggen .

De wereld staat even stil
Soms staat de wereld even stil. Zo was het ook gisteren. De telefoon gaat. Aan het gesprek hoor ik al dat het geen fijn telefoontje is. En dat klopt. Piter heeft zelfmoord gepleegd.
Wat gaat er dan door je heen, is de standaard vraag van journalisten. Ongeloof, verbijstering, woede, verdriet. Dit is niet te bevatten. Ik kan alleen maar vloeken. Natuurlijk wisten we al dat het slecht ging met hem, maar dit is iets waar niemand rekening mee houdt. Hoe kan dit? Waarom? Allemaal vragen vliegen door mijn hoofd.
Piter, de briljante student. Op zijn scriptie na ging het van een leien dakje. Allemaal hoge cijfers zonder dat hij er veel voor deed. Feestvieren en veel drinken, heel veel drinken. Maar dat deden we allemaal. En allemaal hadden we wel eens een studiedipje. Dus veel zorgen maakten we ons niet.
Maar waar iedereen afstudeerde en het drinken en feesten een beetje matigde, ging Piter door. De scriptie is nooit afgekomen. Drinken bleef de hoofdmoot van zijn bestaan. Drinken en eenzaamheid, kunnen we nu achteraf wel concluderen. Veel grotere eenzaamheid dan wij hebben kunnen vermoeden. Ik schreeuw inwendig en vloek en tier. Het helpt niet meer, het lucht hooguit een beetje op. Ik draai de CD van Thé Lau, vooral het nummer feest.

Feest
hier is het eind, het eind van het feest
kom, we gaan naar beneden
de bloemen zijn dood, de flessen zijn leeg
het was mooi, maar nu is het verleden
jij was zo mooi, jij was prachtig
maar jij, jij hebt je strijd nu gestreden

de menigte weg, de herrie verstomd
wat het waard was zal moeten blijken
kom met me mee, stap uit de zon
de wereld hoeft nu niet te kijken
jij was zo mooi, jij was prachtig
maar jij, jij hoeft niets meer te bereiken

jij was zo mooi, jij was prachtig
maar jij, jij hoeft nu niets meer te bereiken

hemelvaartsochtend, heldere zon
kom, we gaan naar beneden
het feest is geëindigd zoals het begon
lach nog eenmaal voor mij, wees tevreden
jij was zo mooi, jij was prachtig
maar jij, jij hebt je strijd nu gestreden

Thé Lau

Vaarwel, Piter. Ik hoop dat je je rust nu gevonden hebt.

Samen spelen, samen delen
Al weken zit ik met mijn tenen krom als ik weer eens beelden zie van de formatie van het nieuwe kabinet. Maxim Verhagen als de nieuwe wethouder Hekking, brrr, wat een akelige vent. Wordt waarschijnlijk wel minister, daar draait hij zich wel tussen. En dan de fatsoensrakkers  van de CU. Terugdraaien van de abortus- en de euthanasiewetten, het moet toch niet gekker worden in Nederland.
Dit alles valt nog in het niks bij het motto van het nieuwe kabinet: samen werken, samen leven. Ik kon mijn lachen niet inhouden, wat een suffe slogan. Bovendien doet het mij erg denken aan de slogan waar de kinderen sinds ze op de creche zitten mee thuiskomen. Bij elke ruzie wordt direct geroepen: samen spelen, samen delen! 
Dus JP en Wouter, geen ruzie maken! Samen spelen, samen delen! Ik zou zeggen: veel succes de komende vier jaar, ik neem het even IETS minder serieus

Sinterklaas
Gisteravond was er paniek thuis. De kinderen waren op weg naar bed, de jongste zou beneden nog even wat ophalen. Huilend komt ze weer boven, helemaal over haar toeren, er kwam geen zinnig woord uit.
Wij vragen stellen: is er wat stuk gegaan, heb je je zeer gedaan, wat is er gebeurd. Uiteindelijk kwam het hoge woord eruit: ze was haar verlanglijst voor Sinterklaas kwijt   .
De kinderen kijken elke dag sinterklaasjournaal. Daar was net op geweest, dat Sint het grote boek kwijt is. Alle kinderen moeten hun verlanglijst in hun schoen doen, anders komen er geen kado’s . En uitgerekend NU was ze haar verlanglijst kwijt….
Na een zoektocht door het huis kwam de verlanglijst gelukkig weer boven water. Vroeger waren we gewoon bang voor hem omdat we stout waren geweest, nu zijn kinderen bang omdat op TV gezegd wordt dat de Sint zijn boek kwijt is. Waar moet het heen met deze wereld  !

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s